Begrippenlijst

0-9

1000-jarige storm : Een storm die eens om de 1000 jaar kan voorkomen. Onze kust moet minstens tegen een 1000-jarige stormvloed beschermd worden. Dat werd beslist op basis van een analyse van beschermingsniveaus in andere Europese landen en op basis van adviezen van nationale en internationale experts. Iemand die 75 jaar lang in Oostende woont heeft een kans van ongeveer 1 op 13 om een 1000-jarige storm mee te maken. Dergelijke stormen kunnen in theorie elke winter optreden.

Gebruik in context : Doelstelling van het Masterplan is de kustregio tot 2050 te beschermen tegen een 1000-jarige storm.

A

Achterland: Het gebied gelegen landwaarts van de zeewering na de eerste duinen/dijk/bewoningsgordel, aangeduid gezien vanaf zee. 

Gebruik in context: Kustvisie zal de maatregelen vastleggen die nodig zijn om onze kust en het achterland op lange termijn stapsgewijs te beschermen.

Adaptieve kustbescherming: Een adaptieve kustbescherming is een relatief vlot aanpasbare kustbescherming die de mogelijkheid biedt om de levensduur van infrastructuur te verlengen onder steeds sneller evoluerende zeespiegelstijgingen. 

Gebruik in context: Om voldoende voorbereid te zijn op de zeespiegelstijging wordt uitgegaan van een adaptieve kustbescherming.

Alternatief: Mogelijke vormen van kustbescherming. Een alternatief geldt in principe over de hele kust. 
Meest gewenste alternatief: Dat is het alternatief dat door de initiatiefnemer gekozen wordt op basis van een integrale afweging, waarbij onder meer (maar niet uitsluitend) de resultaten van het MER mee in overweging worden genomen. 

E

Evaluatiekader: Geheel van evaluatiecriteria waaraan de alternatieven zullen getoetst worden naar hun impact. Het evaluatiekader geeft met name aan wat relevant is in voorliggend onderzoek en vormt de basis voor de effectbeoordeling. Hierbij ligt de nadruk op een aantal sleuteleffecten (onderscheidende elementen). 

G

Golfoverslag: Tijdens stormen is het mogelijk dat door hoge waterstanden de golven kunnen oplopen tot op de dijken of kaaien waardoor water op het achterliggende land stroomt. Te veel golfoverslag is ongewenst omdat dit tot schade of slachtoffers kan leiden. 

H

Hydrodynamica: Stromingsleer, in het geval van kustvisie gaat dit over de beschrijving van waterstanden, golven en stromingen op zee en rivieren. 

Hydrologie: Gedrag en eigenschappen van water in de atmosfeer, op en onder het aardoppervlak, die onder meer de grondwaterstromingen en de afvoer van rivieren aansturen. 

Hydromorfologisch model: Een model dat de hydrodynamica en de morfologische veranderingen simuleert: sedimenttransport veroorzaakt door stromingen en golven. 

visual kust
Toelichting kustgerelateerde begrippen
K

Kust: Ruime zone onder invloed van de Noordzee, die vooroevers, stranden, duinen, dijken en infrastructuur, kustgemeenten en kustpolders omvat. 

Kustzone: Deel tussen de laagwaterlijn en de ‘zeewering’ zoals duin, dijk of kaaimuur. De kustzone is in drie soorten kust onder te verdelen: duinen (met en zonder dijk), badplaatsen (met en zonder dijk) en zeegaten en havens. 

Kustbeschermingszone: Dat deel van de kust en de Noordzee dat een rol speelt bij de natuurlijke (bijvoorbeeld duinen en strand) en kunstmatige (bijvoorbeeld dijk, golfbreker en stormmuur) bescherming van de kust tegen overstromingen. Deze zone bevat de eerste zeewering. 

Kustlijn: De lijn die zich bij laag water aftekent en de uiterste grens tussen land en zee vormt, het is de waterlijn bij het laagste astronomisch getij.

Kustsecties: De Vlaamse/Belgische kust is opgedeeld in 255 secties, van circa 200-250 m breed, die de basis vormen voor het beoordelen van de kustveiligheid zoals toegepast in het Masterplan Kustveiligheid. De havens zijn niet opgenomen in de kustsecties, maar worden afzonderlijk beschouwd. 

Kustvakken: Kustvakken vormen aaneengesloten zones van meerdere kustsecties welke momenteel een gelijkaardig type zeewering, landgebruik, hydromorfologie en ecologie kennen en laten toe het geïntegreerd onderzoek op strategisch niveau voor grotere gehelen langsheen de kust uit te voeren. De havens worden daarbij afzonderlijk beschouwd. 

Kustprofiel: Een (kust)profiel geeft de hoogteveranderingen weer van zeebodem, strand, duinen en/of dijken langsheen een snede dwars op de kustlijn. 

Kustsysteem: Systeem waarin de overgang tussen land en zee wordt vormgegeven door de interactie tussen zee, strand, duin en rivier. 

M

Masterplan Kustveiligheid: Plan voor de bescherming van de Vlaamse kust tegen overstromingen vanuit zee tot 2050, in 2011 goedgekeurd door de Vlaamse Regering.  

Gebruik in context: De Vlaamse overheid werkt nu al aan de kustbescherming via het Masterplan Kustveiligheid, dat sinds 2011 in alle kustgemeenten in uitvoering is.

S

Strandhoofd / golfbreker: Strandhoofden zijn de lage, stevige dammen dwars over het strand die een heel eind in zee lopen. Meestal bestaan ze uit gestapelde zware basalt- of betonblokken. Ze stabiliseren het strand en voorkomen erosie van het strand door langstransport. Golfbrekers zijn havenmuren of strekdammen die parallel aan de kust gebouwd zijn om de kracht van de golven te breken en om havens te beschermen. 

T

TAW: De Tweede Algemene Waterpassing is de referentiehoogte waartegenover hoogtemetingen in België worden uitgedrukt. Het gemiddelde zeeniveau bij eb in Oostende wordt gebruikt als nulpeil. 

Terugkeerperiode (T1000): Indicatie hoe extreem een storm is en een belangrijk aandachtspunt bij het ontwerp van de kustbescherming. De terugkeerperiode geeft aan wat de gemiddelde tijdsduur is tussen het voorkomen van een dergelijke storm. De kans dat deze storm zich in het komende jaar voordoet is 1 op de terugkeerperiode. Een storm met terugkeerperiode van 1000 jaar is gebruikt als maatgevende storm voor zowel het Masterplan Kustveiligheid als Kustvisie. (zie ook 1000-jarige storm)

V

Veiligheidsnorm: De veiligheidsnorm wordt aangegeven door de maatgevende storm waartegen de ingrepen voor kustbescherming het achterland en de inwoners moeten beschermen. Voor kustvisie wordt net zoals voor Masterplan Kustveiligheid een storm met terugkeerperiode van 1000 jaar toegepast. 

Z

Zeewering: Het deel van het kustsysteem dat de barrière vormt als waterkering voor de zee. De eerste zeewering van de kust bestaat uit dijken, strand, duinen en voor de havens nog uit kaaien, stormmuren, sluizen en stuwen. Bij extreme stormen moet de eerste zeewering weerstaan aan de hoge waterstanden en golven. Falen van de eerste zeewering veroorzaakt overstromingen en schade op de dijken en in het achterland met mogelijk verlies van mensenlevens.