Wat computers ons vertellen: over modellen en scenario's

Om de effecten van de klimaatverandering voor de toekomst te kunnen inschatten, maken wetenschappers gebruik van rekenkundige modellen. Dat zijn computerprogramma’s die voor verschillende klimaatscenario’s simulaties maken over bv. de erosie van de kust of de sterkte van stromingen in de buurt van havens.

Voor onze Noordzeekust gebruikt men de klimaatscenario’s uit het CLIMAR-project. Twee basisscenario’s beschrijven de klimaatverandering bij een wereldwijde temperatuurstijging van respectievelijk 1 en 2 °C (scenario’s M en W). Die worden aangevuld met twee scenario’s waarbij de luchtcirculatiepatronen veranderen (M+ en W+). Een 5de worstcasescenario (WCS) houdt rekening met minder waarschijnlijke, maar niet onmogelijke effecten, zoals het massaal wegsmelten van de ijskappen en het stilvallen van de thermohaliene oceaancirculatie.

Er is een reeks CLIMAR-scenario’s voor 2040 en 2100

De impact van een 1000-jarige storm

Het masterplan kustveiligheid uit 2011 heeft als doel de kust beter te beveiligen tegen zware stormen. De zeewering moet minstens weerstand kunnen bieden aan een 1000-jarige storm, wat overeenkomt met een gemiddelde hoogte van +7 m TAW langs de kust. Dat cijfer zegt meer als je weet dat het gemiddelde zeeniveau in Oostende 2,3 m TAW bedraagt en het gemiddelde hoogwater bij springtij 4,7 m TAW. In Vlaanderen ligt ongeveer 15 % van het oppervlak minder dan 5 meter boven het gemiddeld zeeniveau, dus lager dan 7,3 m TAW (het niveau van een 1000-jarige storm).

Om het veiligheidsniveau van de zeewering te bepalen, werden met computermodellen (lees ook: Wat computers ons vertellen) vier superstormen met verschillende terugkeerperiode in rekening gebracht:

  • terugkeerperiode van 250 jaar (te vergelijken met de storm in Oostende in 1953, maximale waterstand op zee +6,5 m TAW)
  • terugkeerperiode van 1000 jaar (maximale waterstand +7 m TAW)
  • terugkeerperiode van 4000 jaar (maximale waterstand +7,5 m TAW)
  • terugkeerperiode van 17.000 jaar (maximale waterstand +8 m TAW)

Bij de 6-jaarlijkse herziening van de Toetsing Kustveiligheid begin 2016 werden nog 2 tussenliggende niveaus uitgerekend: 6,25 m TAW en 6,75 m TAW.